..........
NATURA ARTIS MAGISTRA
Tekenen met licht
De opkomst van fotografie in de wereld van de kunst ging gepaard met strijd. Rond 1900 waren het vooral
schilders die zich verzetten tegen de 'oneerlijke' concurrentie van de kunstfotograaf. En de kunstfotografie
was maar amper geaccepteerd, of een nieuwe strijd ontbrandde, ditmaal binnen de eigen gelederen: tussen de
kunstfotografie en de 'hypermoderne fotografie', zoals de nieuw-zakelijke richting werd genoemd.
De snelle ontwikkelingen in de fotografische technologie leidden tot herbezinning en emancipatie van het vak.
Onder de nieuw-zakelijken groeide de weerstand tegen 'het fotografisch onwaarachtige, tegen de leugen van
de fotografie die zich voordeed als schilderij of ets'. Volgens het nieuwe credo moest de kunstzinnige uitdrukking
worden gezocht IN het fotografische. De fotograaf moest het mechanische karakter van de techniek eerbiedigen,
de werkelijkheidswaarde van het fotografische beeld respecteren, en zich rekenschap geven van zijn sociale
verantwoordelijkheid. Susan Sontag in On Photography (1978) vatte de geschiedenis van de fotografie bondig
samen 'als een strijd tussen twee verschillende opdrachten: de dingen mooier maken (afkomstig van de beeldende
kunsten); en de waarheid vertellen (...)'.
Tegenwoordig is fotografie populairder dan ooit. Er zijn aparte musea voor opgericht, er zijn festivals en beurzen,
tentoonstellingen en fotoboeken, en verzamelaars leggen voor foto's fabelachtige bedragen neer. De vraag naar
foto's is onverzadigbaar.
Maar daarmee is de discussie over de artistieke autonomie van het fotografisch beeld niet beslecht, getuige het
artikel van criticus Hans den Hartog Jager.
In Luie schilders. De armoede van de hedendaagse fotografie, dat werd opgenomen in zijn recente bundel
Haai op sterk water, veegt hij de vloer aan met de fotomusea, die volgens hem geen enkel inhoudelijk beleid
voeren en die volkomen kritiekloos alles tonen, zolang het er maar een beetje prettig uitziet. De enige selectie-
criteria die 'luie' conservatoren hanteren zijn 'in hoeverre de fotograaf, liefst met een virtuoze techniek, weet aan
te haken bij de schilderkunst, en de mate waarin hij erin slaagt om de voyeuristische blik van de toeschouwer te
bevredigen.' Den Hartog Jager wil terug naar een eerlijke vorm van fotografie die inherent is aan de unieke
mogelijkheden die de camera te bieden heeft. 'Omwille van de artisticiteit heeft de fotografie haar grote kracht
- haar band met de werkelijkheid, haar functie van geheugen - opgegeven.'
Bovenstaande discussie is relevant voor de beschouwing van het fotowerk van Eric de Vries (1962), in het
bijzonder voor zijn twee recente series over water: Time/Water en DIRT.
De Vries is opgeleid tot beeldend kunstenaar en begon aanvankelijk met tekenen en schilderen. Na de kunst-
academie besloot hij tot een vervolgopleiding aan de Haagse School voor Fotografie, waarna hij een fotobureau
oprichtte voor het uitvoeren van opdrachten. In zijn vrije tijd werkte hij aan zijn eigen projecten en ontdekte
wat hij eigenlijk al wist, dat hij met het 'lichtbeeld' optische belevingen en gewaarwordingen kon realiseren, die
met (olie)verf en andere technieken niet mogelijk zijn.
De ongerepte natuur, het woestijnlandschap en de sporen die mensen daarin achterlaten vormden in de afgelopen
tien jaar zijn belangrijkste thema's. Met de komst van de digitale fotografie kon en wilde hij niet op de oude voet
verder gaan. Een nieuw onderwerp diende zich aan.
Met Time/Water en DIRT concentreert hij zich op diverse verschijningsvormen van water: bewegend en
stilstaand, zuiverend en ziekmakend. Zijn haarscherpe, hyperesthetische kunstfoto's getuigen van een virtuoze
techniek en een groot kleurgevoel en zijn niet direct te herleiden tot hun concrete onderwerp. De abstractie van
deze beelden is evenwel niet het beoogde doel maar vloeit automatisch voort uit zijn volledige concentratie op
water en water alleen, zonder context van bijvoorbeeld een oever, een horizon of enig andere begrenzing die
het oog houvast biedt.
De serie Time/Water, is de positieve tegenhanger van DIRT. Het zijn beelden van zuiver, stromend water,
die kort na elkaar op dezelfde plek zijn vastgelegd en die - als ware het een klein filmpje - in de vorm van een
tweeluik worden getoond. Wat hier in deze onderling heel verschillende beeldenparen zichtbaar wordt - de
continu in beweging zijnde materie - grenst aan het mysterie van de schepping zelf. Elk beeldenpaar toont een
ander gezicht van het onvoorspelbare en ongrijpbare karakter van water, de transparantie met zijn optische
vervormingen, de schittering van het licht in het water en het spel van brekend licht waardoor een soort
automatische tekeningen ontstaan. De kunstenaar doet niet anders dan de wisselwerking van water en licht
registreren onder wisselende omstandigheden, zoals de locatie, het weer, de kwaliteit van het licht, het moment
van de dag. Er zijn overwegend blauwe beelden met melkachtig vervloeiende lijnen, die herinneren aan het
schilderkunstige vocabulaire van Jean Dubuffet, er zijn okergele beelden met hier en daar een blauwe toets die
lijken op vette kwaststreken met olieverf, er zijn organisch aandoende vaalgroene beelden die doen denken aan
halfedelstenen, en er zijn volop associaties met oosterse esthetiek en zen.
Eric de Vries is geen 'luie schilder'. Hij probeert niet aan te haken bij de beeldende kunst. Hij vindt zijn
kunstzinnige uitdrukking IN het fotografische met zijn geheel eigen kenmerken en toepassingsmogelijkheden,
zonder de band met de werkelijkheid los te laten. Het is de natuur zelf die creëert en door tussenkomst van de
fotograaf in de tijd wordt vastgelegd en bewaard.
Zijn systematische, afstandelijke werkwijze en de wijze waarop hij zijn beelden isoleert uit hun omgeving en als
het ware onder een microscoop bekijkt, doen denken aan wetenschappelijke fotografie, zonder vooropgezette
esthetische pretentie. Maar het resultaat is pure poëzie.
De serie DIRT is de negatieve tegenhanger van Time/Water en heeft een ander, meer materieel karakter. Elke
foto staat op zichzelf, en de oorspronkelijke transparantie en dynamiek van het water zijn gedeformeerd tot een
bijna levenloos aandoende, korstige materie. De foto's zijn aanvankelijk uit ergernis ontstaan, maar tijdens het
fotograferen ontdekte De Vries dat er ook schoonheid en mysterie in dit vuil verborgen lag. De beelden tonen
overeenkomsten met satellietfoto's en sterrennevels: de macrokosmos weerspiegeld in het stilstaande water van
een vervuilde stadgracht. Ook hier heeft de kunstenaar, ondanks dat hij een digitale camera hanteert, op geen
enkele manier het beeld gemanipuleerd. Hij is enkel op afstand aanwezig, objectief, registrerend en zonder een
moreel oordeel op te dringen. Zelfs het verwijt dat hij de werkelijkheid esthetiseert kun je hier niet maken. Juist
door het hyperesthetische, bijna surrealistische karakter van de beelden, wordt de aandacht verlegd van de
techniek naar het onderwerp: een memento mori die ons herinnert aan onze vergankelijkheid. 'Het menselijk
lichaam bestaat voor het grootste gedeelte uit water', zegt Eric de Vries. 'Wat ik gisteren fotografeerde, kan
morgen een deel van mij zijn.'
Riet van der Linden
EXHIBITIONS:
JANUARY - MARCH 2010:
"DESERTS" + "RED2"
RECHTBANK ROTTERDAM
Wilhelminaplein 100-125
3072AK Rotterdam
JANUARY - FEBRUARY 2010
"TIME/WATER"
with Sara Benhamou
Het Expertise Centrum
Van de Spiegelstraat 12
2518 ET Den Haag